|
Fazant op z’n best
Ingrediënten (voor 4 personen)
- 2 fazanten (liefst hennen die smaken smeuïger) - 12 stronkjes witlof uit volle grond - een snuif muskaatnoot - 20 cl bruine fond van fazant (of wildfond) - glas droge witte wijn - boter - peper en zout
Bereiding
1 Leg de stronkjes witlof in een lage ovenschotel. Zout het witlof. Overgiet met water tot halve hoogte. Voeg een paar klontjes boter toe. Strooi wat muskaatnoot over de groente. Schuif de schotel in de voorverwarmde oven die staat afgesteld op 180°C. Bedek de schotel met aluminiumfolie. Voor kleine witloofstronkjes: laat 15 minuten braiseren. Houd apart. 2 Haal de bouten van de fazanten (bewaar deze voor confit of rilette b.v.) Laat de borsten aan het karkas. Bestrooi de fazanten met versgemalen peper en zout. Zout en peper ook de fazanten aan de binnenkant. Steek in elke fazant ook een flinke klont boter. 3 Laat de fazanten langs alle kanten in boter aan kleuren op de kachel. 4 Leg de fazanten op hun zijkant en schuif de voorverwarmde oven in die staat afgesteld op 120°C. Laat 10 minuten bakken. Overgiet regelmatig met het braadvocht. 5 Keer de fazanten om. Overgiet met braadvocht en laat op de andere kant ook 10 minuten braden. 6 Leg de fazanten op de rug en overgiet opnieuw. Laat nog 5 à 7 minuten braden. Haal de fazanten uit de oven en laat minstens 15 minuten rusten op een warm plekje. 7 Giet bijna alle vetstof weg uit de braadpan. Blus af met de witte wijn en laat inkoken tot iets minder dan de helft. Giet de bruine fazantenfond er bij met, eventueel, het uitlek vocht van de fazanten. Breng aan de kook en laat even inkoken. Monteer met wat boter 8 Bak ondertussen het witlof mooi bruin in een braadpan in boter. 9 Snijd de filets van het karkas en in mooie plakjes. Leg op de borden. Overgiet met de ingekookte fond. Leg het witlof ernaast
Tip: Gebruik de karkassen weer voor een nieuwe fond.
November, hoofdgerecht
|