|
Rug van jong konijn met sausje van basilicum
Ingrediënten
2 ruggen van jong konijn (ontbeend + beenderen voor fond) 1 ui grof gehakt 1 wortel in schijfjes gesneden 2 stengels bleekselderie in schijfjes gesneden 25 cl witte wijn water 2 eetl. tomatenpuree 1 bosje basilicum 1 bosje bieslook 1 bosje peterselie boter 4 kleine stronkjes witlof
Voor de rösti
2 grote aardappelen (1/2 gaar gekookt) peper en zout olijfolie
Bereiding
1 Strip de basilicum en peterselie door de blaadjes van de stelen te halen. Hak de blaadjes fijn. Houd de stelen apart. 2 Maak een fond door de beenderen van het konijn aan te bakken met de ui, wortel en selderie. Blus vervolgens met de witte wijn en voeg er water aan toe tot alle ingrediënten net onder staan. Voeg de tomatenpuree toe en de stelen van de basilicum en peterselie. Laat een uurtje zachtjes trekken. 3 Giet de fond door een zeef en kook hem voor 2/3 in. Werk er enkele klontjes boter door en voeg er de fijngehakte kruiden aan toe. 4 Verwarm de oven voor op 200°C. Kruid de konijnenruggen met peper en zout en bak ze aan alle kanten in boter aan. Leg ze op een braadschaal en schuif ze in de warme oven. Laat ze daar 8 tot 12 minuten bakken. 5 Stoof ondertussen de stronkjes witlof gaar in wat boter. 6 Rasp ondertussen de aardappelen op een keukenhanddoek. Kruid de geraspte aardappelen met peper en zout. Giet wat olie in een aanbakvrije pan. Leg een metalen vormpje in de pan en vul de bodem met een laag geraspte aardappel. Druk goed aan. Verwijder het vormpje. Vorm zo verschillende ‘koekjes’ met de aardappelen. Bak ze zoals een dikke pannenkoek. 7 Snijd de konijnenruggen in plakjes, serveer met de kruidensaus en de rösti. Zet er een stronkje witlof bij.
 |
 |
augustus, hoofdgerecht
|